Spin De sloot Adem die wordt ontnomen Zus moeder natuur lucht Spin

Karin Poldervaart 
Notulist Dag van het Literatuuronderwijs 2014
Foto’s: Marco de Swart

HOOFDSTUK 4 VERSLAGEN DAG VAN HET LITERATUURONDERWIJS

BETER VERWOORDEN – LAAT JE ZIEN

Hoe krijgt u leerlingen zover dat ze hun gevoelens, standpunten en emoties rondom verhalen uiten? De lessenserie Beter Verwoorden – Laat Je Zien helpt u en uw leerlingen op weg. Marianne Koeman, gz-psycholoog, en Tinka van Hulzen, journalist en studieadviseur, laten de deelnemers ervaren wat een les voor leerlingen kan betekenen. ‘Als je leert hoe je je gevoelens en gedachtes kunt verwoorden, kun je een betere plek voor jezelf creëren in de samenleving.’

De lessenserie Beter Verwoorden – Laat Je Zien stimuleert leerlingen om hun gedachtes, meningen en emoties te verwoorden en te delen met anderen. In twaalf lessen leren ze zich helder uitdrukken in woorden, tekst én beeld. Ze oefenen zich in presenteren, samenwerken, naar elkaar luisteren, kijken en keuzes maken. Op die manier verleggen ze de grenzen van hun uitdrukkingsvermogen en vergroten ze hun zelfvertrouwen. Dit laatste heeft alles te maken met grenzen kennen en daarvoor gaan staan. Marianne: ‘In veel opdrachten kunnen leerlingen kiezen: wat wil ik vertellen, wat niet? We geven ze verschillende opties. Hierdoor worden ze zich bewuster wat ze van zichzelf willen laten zien. Maar ook van wat ze liever voor zich houden. Hierdoor leren ze hun eigen grenzen en de grenzen van anderen kennen en respecteren.’ De lessenserie is gebaseerd op een breed palet aan theorieën, inzichten en ervaringen. Zoals Montessori, Reggio Emilia, Donna Eden en Albert Ellis. Maar ook inzichten uit mindfulness, art therapy en spel en toneel komen terug.

Zorgvuldige opbouw in thema’s
Elke les heeft een thema en over de opbouw is goed nagedacht: de thema’s zijn zo gekozen dat leerlingen zich gaandeweg steeds bewuster worden van zichzelf en steeds meer laten zien. In les 1 werken leerlingen rond het thema Fruit. Latere lessen hebben thema’s als Familie, Vriendschap en Gezien Worden. Marianne: ‘Hoe verder je komt in de lessen, hoe meer introspectie er is. Uiteindelijk werken we toe naar het thema Grenzen. Veel leerlingen hebben daar moeite mee. Wat wil ik laten zien aan mijn medeleerlingen? En wat niet? Die vragen stellen ze zichzelf impliciet in elke les, omdat we ze steeds laten kiezen wat ze willen presenteren. Uiteindelijk werken leerlingen toe naar een presentatie waarin ze bewust hebben gekozen voor wat ze laten zien.’

Zelf lessen maken en indelen
Alle lessen hebben dezelfde basisstructuur die is opgebouwd uit een aantal bouwstenen: luisteren – nadenken – vragen – vertellen – schrijven – voelen – observeren – reflecteren – bewegen – spelen – presenteren – lezen – beeld – muziek en plezier. ‘We bieden leerlingen verschillende vormen van uitdrukking aan, zodat ze kunnen ervaren waar ze zich het prettigst bij voelen,’ aldus Marianne. Groot voordeel van deze opbouw is de flexibiliteit. Docenten kunnen met de bouwstenen een eigen les samenstellen rondom zelfgekozen thema’s. Denk aan lessen rond het thema van de (Kinder) Boekenweek, bepaalde auteurs en hun werk of stromingen in de literatuur. De opbouw is ook bruikbaar voor zaakvakken als aardrijkskunde en geschiedenis.

Elke les duurt twee uur, maar vanwege de opbouw in bouwstenen is een blokuur niet noodzakelijk. Docenten kunnen een thema gemakkelijk in stukjes knippen en verdelen over meerdere lessen. ‘Je hoeft niet alles achter elkaar te doen. We hebben de lessen zo opgebouwd dat leerlingen na ongeveer 45 minuten tot schrijven zijn gekomen en een kladversie van een verhaal hebben. Dan kun je de les prima afsluiten en een volgende les verder gaan. Je kunt er ook voor kiezen om leerlingen thuis verder te laten werken.’

Veiligheid
‘Zorg voor veiligheid in de klas’, benadrukt Marianne. Leerlingen moeten zich veilig voelen, want alleen in een veilige omgeving kunnen ze zelfvertrouwen opbouwen. De methode en de werkvormen nodigen leerlingen uit om steeds een stapje verder te gaan. ‘Als docent heb je de opbouw en dus de veiligheid zelf in de hand. Dat betekent dat je goed moet kijken naar leerlingen, aan moet voelen wat ze op welk moment nodig hebben en daar een werkvorm bij kiezen. Op die manier help je leerlingen hun zelfvertrouwen en uitdrukkingsvermogen te vergroten.’

Proefles Fruit
Mooie woorden, maar hoe werkt het in de praktijk? Dat kun je alleen weten als je ervaart wat zo’n les met je doet. Marianne en Tinka nemen de deelnemers mee in de eerste les over fruit. Een laagdrempelig onderwerp. In deze les staat zintuiglijke waarneming centraal. Tinka geeft de les en Marianne breekt af en toe in als voice-over. Zo kan ze de deelnemers meer achtergrond geven, uitleggen waarom dat onderdeel in de les zit en wat het effect is op leerlingen. We beginnen.

Bewegen en spelen
Iedereen gaat staan, wrijft in zijn handen, doet een rekoefening en een oefening die de hersenhelften optimaal op elkaar afstemt. De deelnemers maken een kring en iedereen krijgt een fruitsoort toebedeeld: appel, peer, banaan, aardbei. Een deelnemer staat in het midden. Degene in het midden roept een fruitsoort. Iedereen met die fruitsoort staat op en rent naar een andere stoel. Een deelnemer blijft over en roept vervolgens weer een fruitsoort. Bij ‘fruitmand’ staat iedereen op en rent iedereen door elkaar. Hilariteit alom en de deelnemers komen lekker los.

Marianne: ‘We starten altijd met een oefening om de energie los te krijgen. Hierdoor krijg je meer focus en concentratie. De oefening met gekruiste armen en benen reset je energie en werkt ook goed voor kinderen met dyslexie of dyscalculi.’

Observeren, voelen en vertellen
Tinka deelt partjes mandarijn uit en laat de deelnemers proeven. Sommigen doen wat lacherig, anderen zijn sterk geconcentreerd en proeven met hun ogen dicht.  Tinka: ‘Wat hebben jullie ervaren?’ De meningen zijn verdeeld: sappig, zoet, bittere nasmaak, glibberig gevoel. Vervolgens schrijft Tinka alle woorden op het bord.

Marianne: ‘Schrijf de woorden bij deze oefening altijd op het bord. Op die manier maak je de woorden beschikbaar voor alle leerlingen, zodat iedereen ze kan gebruiken. Dit vergroot hun woordenschat, want elke leerling gebruikt weer andere woorden.’

Luisteren en vragen
Tinka vertelt over een eigen ervaring met fruit. ‘Ik zat op mijn werk achter mijn bureau en had een appel meegenomen. Ik opende mijn mail en nam een hap. Het smaakte heerlijk sappig. Ik las verder in mijn mail en nam nog een hap. Opeens proefde ik een bittere smaak. Ik keek naar de appel en zag een bruine plek. Wat ik proefde was opeens veranderd van heel sappig naar bitter en zuur. Dat was mijn ervaring. Wil iemand hier iets over vragen?’ De deelnemers stellen vragen: ‘Kroop er iets uit?’ ‘Heb je de rest ook opgegeten?’ Vervolgens vraagt Tinka de deelnemers naar hun eigen ervaring met fruit. Iemand vertelt over frambozen die ze stiekem plukte uit de tuin, een ander over een doosje aardbeien waar ze zich zo op had verheugd, maar die helemaal verrot bleken te zijn.

Marianne: ‘Op deze manier kun je ervaringen van leerlingen losmaken. Je verlaagt de drempel door eerst zelf een ervaring te delen. Maar je kunt ook eerst een stuk uit een boek voorlezen en aansluitend een ervaring vertellen.’

Schrijven en vertellen
De deelnemers verdelen zich in tweetallen. Nu moeten ze zich drie ervaringen met fruit herinneren en deze in drie steekwoorden op hun blaadje schrijven. Daarna kiezen ze er één uit die ze delen met hun partner. Die partner mag vragen stellen. Daarna worden de rollen omgedraaid.

Marianne: ‘Hier bouwen we bewust een kiesmoment in. Kinderen herinneren zich namelijk ook vaak gebeurtenissen die ze niet willen vertellen. Doordat je ze drie ervaringen laat bedenken, geef je hen de mogelijkheid om te kiezen: wat wil ik vertellen? Het leert ze kiezen en maakt ze bewust van hun grenzen.’

Schrijven en nadenken
‘Nu schrijven jullie je ervaring op zoals je hem net hebt verteld,’ instrueert Tinka. ‘Schrijf je eigen verhaal en neem de antwoorden die je net hebt gegeven op de vragen van je partner mee.’ De deelnemers schrijven hun ervaring op in alle stilte.

Marianne: ‘In deze fase van de les schrijven de leerlingen een eerste kladversie van hun verhaal. Tot hier moet je in de eerste les komen, dat kan goed in 45 minuten. Afhankelijk van je klas, het niveau, de situatie en de tijd die je nog hebt, kun je nu verschillende dingen doen. Je kunt leerlingen al meteen hun tekst laten verbeteren. Of je maakt de koppeling met literatuur waarin veel zintuigelijke ervaringen voorkomen. Denk aan Das Parfum van Süskind of Stemmen van Marrakech van Elias Canetti. Laat leerlingen een fragment uit een van de boeken lezen of lees een fragment voor. In de volgende les kun je ze ook hun tekst laten voorlezen of leerlingen laten herschrijven. Dat hangt af van waar je het zwaartepunt wilt leggen. Houd hier wel de veiligheid en de opbouw bij in de gaten: sommige leerlingen vinden het eng om voor te lezen voor een hele groep. Gooi hen niet meteen in het diepe, maar bouw het rustig op.’

Schrijven en presenteren
In deze les verwerken de deelnemers hun fruitervaring in een elfje: een gedicht(je) van elf woorden, verdeeld over vijf regels. Daarna presenteren de tweetallen hun elfje aan de groep: de een leest voor, de ander maakt bijpassende geluiden of bewegingen (bodydrum). Dat levert afwisselende gedichten op, zoals:

Spin
De sloot
Adem die wordt ontnomen
Zus moeder natuur lucht
Spin

Slachtpartij
De keukentafel
Wat een teleurstelling
En dat helemaal alleen
Rottigheid

Marianne: ‘Elke les eindigt met een kleine presentatie. Ook hier houd je de veiligheid in de gaten, want je wilt dat leerlingen hun zelfvertrouwen opbouwen. Plezier staat voorop. Laat het tweetal samen voor de groep staan bijvoorbeeld, dat maakt het veiliger.’

Veel docenten hebben na afloop een duidelijk beeld van de lessenserie. Vooral de praktische werkwijze spreekt aan. ‘Deze werkvormen kan ik goed toepassen in mijn lessen. Hier worden mijn leerlingen wel enthousiast van,’ aldus een docente Nederlands.

Training volgen of handleiding bestellen?
De stichting verzorgt trainingen voor iedereen die de methode wil inzetten. Kijk voor meer informatie op www.grunbergacademie.com. Hier vindt u ook meer informatie over de stichting. De  handleiding Beter Verwoorden – Laat Je Zien biedt een overzicht van alle lessen en leert u welke werkvormen u kunt hanteren in de klas. U bestelt de handleiding viabol.com.

Achtergrond
De lessenserie is ontwikkeld vanuit de Grunberg Academie, in opdracht van de Stichting Hermann en Hannelore Grünberg. De lessenserie Beter Verwoorden – Laat Je Zien is het eerste initiatief. Initiatiefnemer en oprichter Arnon Grunberg wil met de stichting iets terugdoen voor de maatschappij die hem de kans heeft gegeven zijn talenten te ontplooien. Hij wil een plek bieden aan iedereen die actief betrokken wil zijn bij zijn eigen ontwikkeling, de ontwikkeling van anderen en het inzetten van deze ontwikkeling bij het samenleven. De lessenserie sluit goed aan bij Arnons wens om jongeren in staat te stellen hun eigen plaats in de maatschappij te verwerven en zich hierin staande te houden. Jezelf leren uitdrukken, adequaat communiceren en reflecteren is daarbij van groot belang. Wie zich goed kan uitdrukken, voelt zich minder machteloos en is een volwaardiger deelnemer aan de samenleving.

1 Comment

Comments are closed.